Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek woensdag 10 juni 2026

10-6-2026

Het kleppie dicht


Soms vraag ik mij af waar de duivensport eigenlijk naartoe wil.

Wanneer ik op een zaterdagavond naar de uitslagen kijk en zie hoeveel liefhebbers de eendaagse fond links laten liggen, begrijp ik dat eerlijk gezegd steeds minder.
Want als er één onderdeel binnen onze sport is waar een postduif werkelijk kan laten zien wat zij waard is, dan is het wel de eendaagse fond.

Niet de vlucht van honderd kilometer met wind mee.
Niet de vlucht waarbij de eerste prijs soms wordt bepaald door een gunstige windstoot of een toevallige ligging.
Nee, een vlucht van vijfhonderd tot zevenhonderdvijftig kilometer.
Daar wordt een duif getest.
Daar moet gezondheid, karakter en uithoudingsvermogen aanwezig zijn, daar moet een duif urenlang zelfstandig beslissingen nemen en dan komt kwaliteit bovendrijven.

Toch hoor je steeds dezelfde argumenten.
Ik heb er de duiven niet voor, Ik verspeel er teveel op.'
Maar klopt dat eigenlijk wel?
Als ik terugkijk op de afgelopen jaren, dan zie ik op slecht verlopen vitesse- en midfondvluchten vaak grotere verliezen dan op een normale eendaagse fondvlucht.
Natuurlijk blijft er wel eens een duif weg.
Er vliegt er eens eentje tegen een draad, Een roofvogel pakt er één en tegenwoordig de windmolens wordt een duif noodlottig.
Maar dat gebeurt op honderd kilometer net zo goed als op zeshonderd kilometer.
Sterker nog, op de meeste dagfondvluchten is 's avonds gewoon het grootste deel thuis en wat ontbreekt zit de volgende ochtend vaak alweer op de plank.
Volgens mij ligt het probleem ergens anders.
Veel liefhebbers willen graag dat het 'kleppie dicht kan'.
Iedere duivenliefhebber weet precies wat daarmee bedoeld wordt, Men wil graag dat alle duiven snel thuis zijn, dat het concours na een uur afgelopen is.
En daar is natuurlijk niets mis mee. Maar daarmee verdwijnt wel een stukje magie uit onze sport.
Want wat is er mooier dan wachten op een eendaagse fond vlucht?
Naar de lucht kijken, met clubgenoten bellen, rekenen, twijfelen en dan ineens die stip aan de horizon, zo klein dat je niet eens zeker weet of het een duif is. En dan komt ze dichterbij, recht uit de goede hoek.
Na zeven, acht tot elf uur vliegen. Dat zijn de momenten waarvoor ik duiven houd, dat zijn de momenten die je nooit vergeet.
Een mooi voorbeeld daarvan is onze eigen 23-059: In 2024 en 2025 vloog zij tien eendaagse fondvluchten, tien keer prijs.
Geen enkele keer gemist, en dit seizoen heeft ze alweer twee dagfondvluchten gevlogen, twee keer prijs.
Twaalf eendaagse fondvluchten in haar leven tot nu toe, twaalf keer prijs.
Daarnaast vloog ze dit seizoen acht weken achter elkaar prijs, van ongeveer honderd kilometer tot ruim vijfhonderdzestig kilometer.
Twee weken geleden op Sourdun vloog ze in onze vereniging zelfs bijna een half uur los vooruit op de tweede liefhebber. 

Kijk, dat zijn voor mij postduiven.
En dan hoor ik liefhebbers zeggen dat ze de duiven er niet voor hebben.
Misschien is dat ook wel zo.
Maar als je nooit eendaagse fond speelt, of alleen met je mindere duiven, krijg je ze ook nooit.
En dan is er nog een ander onderwerp waar we misschien eens eerlijk over moeten durven praten.
De aantallen.
Op sommige van de mooiste vluchten van het jaar verschijnen liefhebbers aan de start met honderd, honderdtwintig of zelfs honderdvijftig duiven.
Dat mag, maaris het ook wenselijk?
Een liefhebber met tien of twintig duiven moet concurreren tegen iemand die honderdvijftig kansen krijgt.
In vrijwel iedere andere sport proberen we de uitgangspositie gelijk te houden.
Bij voetbal speel je elf tegen elf, niet elf tegen vijfenzestig.
Waarom vinden wij het dan normaal dat een kleine liefhebber met tien duiven moet opboksen tegen een megahok met honderdvijftig?
Persoonlijk zou ik het helemaal niet vreemd vinden wanneer op concoursen een maximum van twintig of dertig duiven per liefhebber zou gelden.
Niet om grote hokken te straffen, Maar om kwaliteit belangrijker te maken dan aantallen.
Want uiteindelijk willen we toch weten wie de beste duiven heeft, Niet wie de meeste duiven heeft.
Misschien zouden daardoor meer liefhebbers weer gemotiveerd raken om deel te nemen aan de mooiste vluchten van het jaar.
Want dat zijn ze, De eendaagse fondvluchten.
Voor mij vormen zij nog altijd de mooiste discipline binnen de duivensport.
En geloof mij...
Wanneer er na acht uur vliegen een duif als een stip uit de hemel komt vallen en op de plank landt, dan geeft dat nog steeds een gevoel dat geen enkele korte vlucht ooit kan evenaren.

 

Terug