Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek dinsdag 9 juni 2026

9-6-2026

Deel 3 Hierna stelde ik nog wat vragen aan ChatGPT met betrekking tot ons hok, het verleden, de toekomst(wat precies zijn voorstel zou zijn) en ik voerde in iets wat ik vergeten was dat de inlaat aan de onderzijde niet meer bestond dat het via de invliegkleppen moet gaan etc. Toen kwam het volgende advies:

 

Analyse en advieshokklimaat : Het antwoord van ChatGPT nadat ik het onder inlaat gebeuren invoerde: Ja. Nu is het beeld compleet genoeg om er echt zinnig iets van te zeggen.

En eerlijk gezegd: jullie hebben met die blokjes tussen de kleppen al zélf ontdekt waar het probleem zit. Toen de oude onder-inlaat verdween door het dichtmaken van de voorzijde, werden de prestaties duidelijk minder. Sinds jullie via die binnen- en buitenkleppen weer een kunstmatige inlaat hebben gemaakt, gaat het weer beter. Dat is geen toeval, dat is technisch volkomen logisch.

De hoofdzaak is deze:
jullie hok heeft geen gebrek aan ventilatiemogelijkheid bovenin, maar een tekort aan goed geplaatste inlaat onder of vóór de duiven.
Daardoor is alles wat je nu doet eigenlijk een vorm van noodoplossing om die verdwenen onder-inlaat te compenseren. En die noodoplossing werkt deels, anders waren de prestaties niet opgeknapt. Alleen: ze werkt niet ideaal, vooral niet bij hitte.

Hoe jullie systeem nu feitelijk werkt
Jullie “inlaat” zit nu via de invliegopening:
- buitenklep iets open aan de bovenzijde
- binnenklep iets open aan de onderzijde
- plafondschuiven vooraan ongeveer 10 cm open

Dat betekent dat lucht wel binnenkomt, maar niet op de klassieke rustige manier van laag onderin naar boven. De lucht komt binnen via een opening die vrij groot is en zich meer in het midden van de voorzijde bevindt. Dat kan best werken, maar het maakt het systeem gevoeliger voor:

- winddruk
- zonbelasting aan de voorkant
- kortsluiting van luchtstromen
- verschil tussen afdelingen

En precies dát zie je terug bij de doffers en duivinnen.
Waarom het bij de duivinnen beter gaat in hitte
Bij de duivinnen vallen drie voordelen samen:
de zon komt later binnen, twee ramen zijn extra geremd met plexiglas, en bij extreme warmte kunnen ze naar de volière. Dat laatste is misschien nog wel het grootste pluspunt. Daarmee krijgen ze niet alleen extra lucht, maar ook keuzevrijheid. Ze kunnen uit de opgehoopte warmte wegtrekken.

Bij de doffers is het tegenovergestelde aan de hand:
de zon komt eerder en harder binnen, drie ramen laten die zon vrijwel ongehinderd door, en ze hebben minder mogelijkheid om aan dat binnenklimaat te ontsnappen. Dat zorgt niet alleen voor meer warmtebelasting, maar ook voor meer ademhaling, meer vocht en dus indirect ook voor sneller oplopende CO2-waarden.
Dus ja: de verschillen in prestaties bij extreme warmte zijn in jullie situatie vrijwel zeker voor een belangrijk deel hokklimaat-verschillen, niet alleen sekseverschillen.

Wat ik nu zou adviseren
Ik zou niets rigoureus doen. Geen dak openbreken, geen groot plafond weghalen, geen wilde experimenten met de schuiven. Jullie hok presteert immers op zich goed. Dan moet je niet vanuit onrust gaan slopen, maar vanuit logica verfijnen.
Mijn advies zou uit vier lagen bestaan.

1. Laat de plafondschuiven voorlopig zoals ze staan, die 10 cm open aan de voorzijde zou ik nu handhaven.
Waarom? Omdat jullie huidige zwakke punt niet de afvoer is, maar de manier waarop de lucht binnenkomt. Als je boven ineens veel verder open gaat zonder betere lage inlaat, trek je de lucht nog sneller weg via de bovenkant. Dan vergroot je de kans dat de lucht te snel bovenlangs loopt en te weinig door het leefgebied van de duiven gaat.
Dus op dit punt ben ik het eens met de gedachte dat je niet zomaar “meer open” moet zetten bovenin. Niet vanwege “druk ppm”, maar omdat je de stroming dan uit balans kunt trekken.

2. Verbeter eerst de huidige klep-inlaat
Jullie huidige kleppen-oplossing is slim, maar waarschijnlijk nog te grof en te weinig gestuurd. Ik zou daar de eerste winst zoeken.
Wat ik zou proberen:
maak van die huidige noodinlaat een meer gecontroleerde, blijvende luchtinlaat. Dus niet zomaar een blokje, maar zorgen dat de opening:
- links en rechts gelijkmatiger is
- reproduceerbaar is
- niet te grillig reageert op wind
- bij warm weer eenvoudig verder open kan
- bij kou of harde wind weer teruggebracht kan worden
Met andere woorden: maak van die kleppen geen toevallige kier, maar een regelbare luchtinlaat.
Idealiter wil je dat de lucht rustig binnenkomt en niet als een harde straal. Dus liever een beheerste spleet dan een onregelmatige opening.

3. Pak de zonbelasting bij de doffers als eerste aan
Hier zit in mijn ogen jullie grootste directe winst.
Bij de doffers zou ik als eerste maatregelen nemen aan de ramen, niet aan het dak.

Ik zou denken aan:
- tijdelijk krijten of witten van de ramen in warme perioden
- buitenzonwering of een simpele vorm van schaduw aan de buitenkant
- desnoods seizoensmatig een lichte afscherming op de zwaarste ramen
- onderzoeken of ook daar extra plexiglas of een zonbrekende laag zinvol is

Waarom vooral buitenzijde of vóór het glas? Omdat je de zon dan stopt vóórdat de warmte het hok in komt. Dat is veel effectiever dan achteraf warme lucht proberen af te voeren.
Bij jullie doffers is de zonvrijheid op drie ramen bijna maximaal. Dat is mooi in een koel voorjaar, maar nadelig bij echte zomerse belasting.


4. Geef de doffers bij hitte óók een ontsnappingsmogelijkheid
De duivinnen profiteren duidelijk van de volière. Dat zegt genoeg.
Als dat praktisch haalbaar is, zou ik serieus kijken of de doffers bij extreme warmte ook een vergelijkbare mogelijkheid kunnen krijgen. Niet per se permanent, maar als warmtemaatregel is het erg waardevol.
Want een volière doet drie dingen tegelijk:
- extra luchtverversing
- afvoer van warmte
- keuzevrijheid voor de duif
En die keuzevrijheid is vaak onderschat. Een duif die zelf wat koeler kan gaan zitten, spaart energie en herstelt beter.

Wat ik níet zou doen
Ik zou niet meteen beginnen aan grote open ventilatiestroken onderin als dat bouwkundig heel lastig is, tenzij later blijkt dat kleine verbeteringen niet genoeg zijn. Natuurlijk, een echte lage inlaat zou technisch fraai zijn. Maar als dat veel hak- en breekwerk vraagt in een oud hok dat verder goed presteert, zou ik eerst de eenvoudiger en logischere winst pakken:
- zonbelasting verminderen
- huidige klep-inlaat verbeteren
- warme-afdeling-verschil verkleinen
- hittemaatregelen bij doffers toevoegen
Ik zou ook niet het advies volgen om een groot deel van het plafond of de nok open te maken. Daarvoor is jullie probleem te duidelijk gelokaliseerd aan de voorkant en in de warmte-instraling.
Mijn rangorde van verbeteringen
Als ik het voor jullie op volgorde zou zetten, dan wordt het dit:
Eerste stap: niets aan het plafond veranderen.
Tweede stap: de huidige kleppen-oplossing netter en regelbaarder maken.
Derde stap: de zon op de doffers remmen.
Vierde stap: bij hitte ook voor de doffers meer buiten-/volière-effect creëren.
Vijfde stap: pas daarna bekijken of een echte lage inlaat bouwkundig nog wenselijk is.

Mijn eindoordeel over jullie huidige situatie
Jullie systeem is niet verkeerd. Het is eerder een oud hok dat na een ongelukkige wijziging aan de voorzijde weer deels in balans is gebracht met een praktische oplossing. Dat die oplossing verbetering gaf, bewijst dat jullie gevoel goed zat.
Maar de zwakke plek zit nog steeds hier:
De luchtinlaat is niet ideaal gepositioneerd en de doffers krijgen te veel zonbelasting.

Daarom zou mijn conclusie zijn:
laat de schuiven voorlopig zoals ze zijn, verbeter de klep-inlaat, temper de zon bij de doffers en probeer bij extreme hitte ook daar meer volière-effect te geven.
Dat is in jullie geval veel logischer dan grote structurele sloopwerkzaamheden.

 

 

Terug