Lees het dagboek van Gert Jan Beute

Dagboek zondag 7 juni 2026

7-6-2026

Niet meer lucht, maar betere lucht – een praktijkles uit het hok

DEEL 1 morgen deel 2.   De laatste tijd zijn we wat intensiever gaan meten in het hok. Niet alleen op gevoel, maar ook met cijfers. Eén van die cijfers is het CO2-gehalte. En zoals dat vaker gaat: zodra je begint te meten, ga je ook anders kijken. Op vrijdag 27 maart 2026 kwam de hokkenkenner van Nederland Bennie van Dijk uit Westerhaar op bezoek. We hadden afgesproken dat hij onze hokken eens zou bekijken, meten en van eventueel advies voorzien. Bennie kende de hokken van mijn vader, hij gebruikte het hok bij anderen vaak als voorbeeld. U weet waarschijnlijk dat het deel waar de weduwnaars en duivinnen verblijven al 57 jaar oud is, het werd in 1967 gezet aan de Linthorsthomanstraat 34 te Wilhelminaoord. In 1975 ging het mee naar de KJ Blokstraat waar het nu nog steeds staat. In dat jaar kwam er een aantal meters bij waar nu de jonge duiven verblijven.  Oorspronkelijk was het hok dubbelwandig gebouwd met rabat delen aan de buitenzijde, na jaren( 2016/2017) was daar niet veel van over en kwam er aan de achterzijde damwandprofiel en aan de voorzijde ging er een plaatmateriaal tegen aan( weet de naam niet, het lijkt kunststof en hoeft niet geschilderd te worden). Omdat de gehele voorzijde dichtgezet werd was er ook geen “inlaat” aan de onderzijde meer en kon er geen frisse lucht naar binnen. Dat bleek niet te werken en op advies van Bennie werd toen vrij snel een soort van oplossing gevonden door bij de buiten en binnen klep er een houtje tussen gezet werd, de kleppen kunnen niet meer helemaal dicht en dat is sindsdien onze inlaat van verse lucht. Niet optimaal maar het werkt redelijk. Het hok staat(met de voorzijde) op 141 graden Zuidoost en heeft dus gelijk zon en door de in verhouding grote ramen is het vrij snel een graad of 10 warmer in vergelijk met buiten. Het hok heeft aan de voorzijde drie rijen met oudhollandse pannen en aan de achterzijde vijf. Per afdeling is het plafond afgesloten, waardoor de wind niet over dat plafond kan razen. Iedere afdeling heeft schuiven die hier en daar krom zijn getrokken, die blijven staan zoals ze staan. De vernieuwde schuiven staan in principe zo’n acht centimeter open en dit aan de voorzijde. Van de vier ramen bij de duivinnen zijn er twee voorzien een dubbele laag doormiddel van plexiglas, de twee anderen hebben gewoon nog het oude enkele glas. Bij de weduwnaars is er nog één raam met dat plexiglas en de andere drie gewoon enkel glas. Bij aankomst liep Bennie gelijk naar het hok en plaatse twee CO2 meters bij de gekoppelde duiven, er zitten nu 56 duiven in waar normaliter 28 doffers zitten, dus het dubbele aantal. Na de koffie weer naar het hok en de meters kwamen met waarden van 680 ppm en 700 ppm. Bennie vertelde dat 500 het beste is dus het was wat aan de hoge kant (dat zou kunnen komen door het dubbele aantal duiven). Op zich is de 500 ppm waarde een mooie richtlijn voor een duivenhok. Bennie adviseerde het plafond er uit te halen tot aan 40 cm voor de broedbakken van de weduwnaars en 25 cm mocht blijven zitten bij de duivinnen. Het ontstane gat kon met gaas of spijltjes worden gedicht. Het idee is dat je dan rechtstreeks onder de dakpannen staat bij het omhoog kijken. De “ruiter” moest er ook uit( dat is een latje waar de nokpannen op steunen). Wat ik wel eens bij anderen had gezien dat er platen tegen de pannen geschroefd waren moest in ons geval niet. Als advies gaf Bennie aan dat de latjes die we elke dag tussen de kleppen steken wat breder moesten zijn, dus die geïmproviseerde “inlaat” moest iets ruimer staan. En de ramen bij de weduwnaars moesten niet meer gewassen worden en beter nog met iets geblindeerd, de doffers moeten rustig liggen in de bak en niet naar buiten kunnen kijken. Ik vertelde dat er nog luxaflex hing aan de binnenkant maar al geen 25 jaar gebruikt werden. Bij de duivinnen staat vaker dan bij de doffers een grote verrijdbare volière voor de kleppen en dan kunnen ze kiezen waar het fijner voelt voor ze. Dat was waarschijnlijk één van de redenen dat de duivinnen beter presteerden dan de doffers vooral met hogere temperaturen. Bennie had een tekening gemaakt van het hok en de veranderingen daarop aangegeven. Het was een leerzame ochtend met andere inzichten, op eigen hok zie je soms dingen niet meer helder, een andere liefhebber ( en in dit geval een kenner) ziet soms dingen de je zelf niet meer opvallen. Tevens adviseerde hij ook een blokje hout onder de voorste pannen te leggen op de zelfde hoogte als dat ze achter liggen. Al met al een leerzame ochtend, vooral toen Bennie een duif uit de bak pakte en keek hoe het met de luchtwegen gesteld was, dat bleek prima in orde.

Terug