Lees het dagboek van Gert Jan Beute
Dagboek zaterdag 7 februari 2026
7-2-2026
Een winter die we niet meer kenden
Zaterdag 7 februari 2026.
We maken deze winter iets mee wat we in jaren niet meer hebben gezien. De jeugd kent het zelfs helemaal niet. Al half december zette de kou stevig in. Perioden met flinke vorst, dikke pakken sneeuw en vooral: wekenlang een dichtgetrokken lucht. Hier in het noorden hebben we de zon al tijden niet meer gezien. Grauw, nat, koud en donker – het lijkt soms eindeloos te duren.
De verschillen binnen ons land zijn dit jaar extreem. Terwijl men in het zuiden, bijvoorbeeld in Maastricht, de afgelopen weken al op een overdekt terras kon zitten, waren hier vanmorgen de waterbakken bij de duiven wéér bevroren. Dat zegt eigenlijk alles.
Die lange periode van donkere luchten, sneeuw, vorst en gebrek aan zonlicht laat zich duidelijk zien op de hokken van veel liefhebbers in het noorden. Wie zijn duiven eind november al gekoppeld had, had geluk. Toen was het weer nog redelijk, de temperaturen aangenaam en de omstandigheden gunstig. Hoe anders was het voor de liefhebbers die hun duiven pas na half december bijeen hebben gezet.
De winter viel in en op veel hokken kwam het kweekproces maar traag op gang. Van diverse spelers hoorde ik dezelfde verhalen: koppels die lang op eieren wachten, jonge duivinnen die helemaal niet leggen of veel later, onbevruchte eitjes en regelmatig het probleem dat alleen het eerste eitje niet goed was. Dat eerste eitje heeft dan simpelweg te lijden gehad onder de vorst.
Opvallend is dat de oudere koppels, die soms al jaren samen zitten, ondanks die stevige kou wél gewoon op eieren komen. Ervaring telt, ook bij duiven. Zij weten blijkbaar beter hoe ze dat eerste eitje moeten beschermen. Bij die oudere koppels liggen de eieren van de tweede ronde al of zijn de jongen zelfs al aanwezig, terwijl sommige jaarlingkoppels nu pas op hun eerste eitjes zitten.
Is dat erg? Nee, zeker niet. Maar het is wel een beetje vervelend. Als liefhebber maak je een plan. Je wilt graag in één ronde je ploeg jongen voor de toekomst afzetten en spenen. Dit jaar loopt dat op veel hokken anders.
Ook bij de toekomstige vliegploeg zie je grote verschillen. De meeste koppels hebben bijna speenklare jongen, maar er zijn ook jonge koppels – van 2025 – die nog gewoon op eitjes zitten. Voor de prestaties later in het seizoen maakt dat echter helemaal niets uit. Of je de duiven nu uit elkaar haalt zodra de jongen gespeend zijn, of dat je ze uit elkaar haalt terwijl er nog eitjes onder liggen: in de praktijk blijkt steeds weer dat het geen verschil maakt.
Hoeveel superpresterende duiven zijn er niet die vóór het seizoen geen jongen grootbrachten? Hoeveel toppers vliegen elk jaar uitmuntend zonder partner, zonder broedbak, soms zelfs vanuit het reservehok? Op ons eigen hok zijn daar talloze voorbeelden
van. Onze GrandPrix-winnares van 2024 was zo’n reserve duif. Voor het seizoen had zij geen partner, laat staan een nest of jongen. Maar enkele weken later vond ze toch een doffertje, en toen bleek die motivatie ineens sterk genoeg om duizenden duiven achter zich te laten.
Op dit moment loopt het op diverse hokken niet zoals men het vooraf had bedacht. Maar maak u vooral niet druk. In de maand mei zijn we dit alles weer vergeten en hebben we zóveel jongen dat er eigenlijk geen zitplaats meer over is.
Terug